AuteurVosjan, M.J.
Co-auteur(s)Borsboom, S.
AbstractIn Nederland is suïcide doodsoorzaak nummer 2 onder jongeren met 53 suïcides in 2014, 30 jongens (56,6%) en 23 meisjes (43,4%). Bij deze doelgroep zijn suïcidale gedachten de voornaamste indicator voorafgaand aan een suïcidepoging, maar risicofactoren voor suïcidale gedachten zijn moeilijk te identificieren. Het gaat veelal om een combinatie van factoren die tot een poging leidt. Weliswaar hangen ingrijpende levensgebeurtenissen en psychosociale problemen samen met suïcidale gedachten. Vooralsnog ontbreekt het aan voldoende kennis over deze correlaties om preventieve maatregelen te nemen. Dit onderzoek beoogt de correlaties tussen ingrijpende levensgebeurtenissen, psychosociale problemen en suïcidale gedachten verder uit te diepen.

In 2015 werd een cross-sectionele studie (E-MOVO) uitgevoerd naar de gezondheidsstatus van jongeren in regio IJsselland. In totaal hebben 11817 leerlingen van het VO deelgenomen. Er is een verdiepend onderzoek verricht naar de correlaties met suïcidale gedachten middels o.a. logistische regressie analyse. De uitkomsten zijn gestratificeerd naar geslacht.

10,6% van de jongeren heeft suïcidale gedachten; meisjes hebben vaker suïcidale gedachten dan jongens (14,2% vs. 6,9%). Psychosociale problemen en het ‘risicogebied’ voor psychosociale problemen correleren positief met suïcidale gedachten. Bij ingrijpende levensgebeurtenissen correleren (positief) opeenvolgend: fysieke en seksuele mishandeling, persoonlijke bedreiging en familie ontwrichting het sterkst. De sterkste correlaties zijn -behalve bij familie ontwrichting- aangetoond voor jongens. In alle onderzochte correlaties is de relatie met ouders van substantiële invloed. Bij meisjes beïnvloedt ervaren gezondheid de correlatie met psychosociale problemen en persoonlijke bedreigingen.

Preventieve maatregelen moeten zich richten op psychosociale problemen –inclusief het risicogebied- en ingrijpende levensgebeurtenissen, waarbij de relatie met ouders en ervaren gezondheid substantieël zijn. Tevens moet er zorgvuldig worden omgegaan met de verschillen in geslacht; meisjes hebben vaker suïcidale gedachten, maar jongens gaan frequenter over tot een poging.

De bovenstaande gegevens zijn aangeleverd door de bovengenoemde auteur. De organisatie van NCVGZ is niet verantwoordelijk voor de volledigheid en juistheid van de aangeleverde gegevens.